
Foto overgenomen van: http://paulagiraud.blogspot.com/
“Je moet je paspoort inleveren!” zeiden ze hem bij aankomst in Caracas, om te voorkomen dat hij de landsgrenzen zou oversteken en deserteren. Op dezelfde vluchthaven lazen ze hem een kaartje voor: “Je mag niet zeggen dat je Cubaan bent, het is verboden om in doktersjas over straat te gaan en het is beter als je ieder contact met Venezolanen vermijdt”. Pas dagen later begreep hij dat zijn verblijf een politieke missie was, want meer nog dan het verhelpen van hartstoornissen of een longinfectie, moest hij het geweten van patiënten onderzoeken en stemgedrag vaststellen.
In Venezuela maakte hij ook kennis met de corruptie van degenen die het project Barrio Adentro (Binnen de Woonwijk) begeleiden. De sluweriken van hier werden daar boeven, wellustig naar macht, invloed, geld en zelfs dokters en verpleegsters onder druk zettend om hun concubine te worden. Hij werd met zes collega’s ondergebracht in een overvolle kamer en hen werd verteld dat als ze slachtoffer zou worden van het straatgeweld buiten dat als een daad van desertie beschouwd zou worden. Maar hij leed er niet onder. Per slot van rekening was hij nog maar 28 jaar oud en was dit de eerste keer dat hij kon ontsnappen aan het ouderlijk gezag, de apathie van zijn buurt en de schaarste van het ziekenhuis waar hij werkte.
Een maand na aankomst gaven ze hem een identiteitskaart waarmee hij kon stemmen in de opkomende verkiezingen. Tijdens een haastig bij elkaar geroepen bijeenkomst sprak iemand over de zware klap voor Cuba als het een zo belangrijke bondgenoot zou verliezen in Latijns-Amerika. “U bent allen soldaat van het vaderland”, riep men hen toe aan het einde, en in die hoedanigheid “moet u ervoor zorgen dat de rode golf wint bij de verkiezingen”.
De tijd waarin hij dacht dat hij levens ging redden of pijn ging verlichten lag allang achter hem. Hij wil alleen nog maar terugkeren, terug naar de bescherming van zijn familie, de waarheid aan zijn vrienden vertellen, maar voorlopig zit dat er niet in. Voor die tijd moet hij in de rij staan voor het stembureau, zijn steun verklaren aan de Venezolaanse Socialistische Partij en ter instemming met zijn wijsvinger op een schermpje drukken. Hij telt de dagen tot de laatste zondag van september, hij denkt dat ze hem daarna naar huis laten gaan.
No Comments »

Het is acht uur ‘s morgen en de rails van station Factor y Tulipán hebben nog de frisheid van de vroege ochtend. De enige trein – komend vanuit San Antonio de los Baños – heeft vertraging. Oudjes, die op de muren zitten, verkopen kranten die ze al heel vroeg hebben ingekocht en ze bieden ook losse sigaretten aan. Deze week was het voor hen een enorme tegenslag toen er werd aangekondigd, dat er een einde zou komen aan de gereguleerde distributie van pakjes Titanes en Aroma. Ontzettend slecht nieuws voor mensen aan de onderkant van de zwarte markt, degenen die hun eigen rantsoen aan sigaretten te koop aanbieden om te overleven.
Eén van de absurde regelingen van de centraal gereguleerde markt op Cuba is de bepaling dat alleen degenen die vóór 1955 zijn geboren gerantsoeneerde sigaretten ontvingen. In mijn familie was het aan mijn vader toegekend, maar mijn moeder – drie jaar jonger – kreeg het niet meer. Half voor de grap, half serieus zei een vriendin tegen me: “Straks gaan ze nog het laatst gesubsidieerde pakje overhandigen aan een hoogbejaarde Cubaan, die rond het midden van de twintigste eeuw het levenslicht heeft gezien”. Kun je je de plechtigheid voorstellen? Onder het zwaaien van de vlag en met trompetgeschal marcheert een ceremonieel regiment op de oude man toe om hem de laatste gerantsoeneerde sigaretten te geven.
In elk geval zal het zó niet meer gebeuren. Degenen die bij het begin van de gesubsidieerde verstrekking van nicotine het jongst waren, zijn nu nauwelijks zestig jaar oud. Wij, die nooit hebben kunnen profiteren van die verstrekking, zijn van mening dat er weer iets minder is om ons aan te ergeren. Toch geloof ik, dat iemand de oudjes van station Tulipán zou moeten compenseren, en ook al die anderen die overal op dit eiland het hoofd boven water proberen te houden door dat kleine beetje marktwerking.
No Comments »

De dag dat Juan Juan Almeida het begin van zijn hongerstaking aankondigde, was het alsof we de nachtmerrie die wij doorstonden tijdens het lange vasten van Guillermo Fariñas weer opnieuw beleefden. “Van alle keuzes is dit de slechtste” zeiden zijn liefhebbende vrienden hem, overtuigd van het feit dat hij de ontberingen van honger niet zou aankunnen en dat de autoriteiten niet zouden buigen voor zijn rebellie van de lege maag. Gelukkig vergisten wij ons. Het bleek dat de praatgrage JJ – zoals intimi hem noemen – niet alleen bereid was tot een onzeker potje armworstelen met de regering, maar ook bereid was om zich op te offeren voor ons allemaal, voor iedereen die meermaals toestemming werd geweigerd om buiten deze archipel te reizen.
De joviale veertiger laat ons achter met een pijnlijke, maar effectieve les dat, hoewel we geen stembussen hebben om te kiezen wie ons land regeert, noch rechtbanken die willen luisteren naar een klacht over politiemishandeling en hoewel er geen procedures zijn via welke een burger kan klagen over migratiebelemmeringen die hem op nationaal grondgebied vasthouden, wij nog altijd onze botten, onze huid en maagwanden hebben om – over het kwetsbare terrein van onze lichamen – de rechten op te eisen die ze van ons hebben afgepakt.
No Comments »

Mijn gsm gaat over, maar ik neem niet op. Ik wacht totdat het gerinkel verstomt en loop naar de dichtstbijzijnde munttelefoon om het gemiste nummer te bellen. Ik heb mijn vrienden ingelicht dat ik niet opneem, maar dat ik terugbel, maar sommigen houden vol en vergeten de hoge kosten van een minuutje mobiele telefonie. Ik heb met hen als code afgesproken dat we de telefoon twee keer laten overgaan als het dringend is en drie keer als het wel even kan wachten. Wanneer ik onderweg ben en het apparaat in mijn tas begint te trillen, zoek ik een openbare telefoon op die muntjes accepteert en waarvan de hoorn niet is vernield.
Hoewel het telefoniebedrijf ETECSA heeft verklaard dat er binnenkort meer dan een miljoen gebruikers van mobiele telefoons zullen zijn, blijven we nog altijd gehandicapt wat deze technologie betreft. Een binnenlands telefoontje ontvangen is gekkenwerk, een MMS configureren betekent vaak uren strijd leveren met operatoren en plekken vinden waar men prepaid kaarten verkoopt lijkt op de film “Mission Impossible”. Zoals een puber met groeistuipen die niet langer in zijn oude schoenen past, is het aantal telefoonabonnementen gestegen zonder dat de infrastructuur een vergelijkbare groei doormaakt. Een dergelijke groei gehoorzaamt niet aan een integrale ontwikkeling van het systeem, maar wordt geleid door het verlangen om – koste wat kost – te graaien naar die inwisselbare biljetten in kleuren die lijken op de dollar.
Ondanks de recente verlagingen van de hoge tarieven, kan een medicus zich nog altijd geen gsm veroorloven. De politieke politie geniet echter van gesubsidieerde tarieven in nationale peso’s. Ook is het niet mogelijk om per maand achteraf te betalen. Wij zijn veroordeeld om een voorschot te betalen om te mogen bellen. Velen van ons voelen zich bestolen door ETECSA, maar de staatsmonopolie laat niet toe dat een concurrent ons betere en goedkopere diensten aanbiedt. Ondertussen is slechts één oplossing. Duizenden gebruikers bedienen zich van een vreemde mobiele morsecode: een keer overgaan, twee keer, drie keer… Niet opnemen! Graag even rennen naar de dichtstbijzijnde telefoon.
No Comments »

Uit gebouw 216 klonk een scherp gekraak, voordat enkele seconden later haar muren loslieten en op de grond stortten. De gevel viel voorover op een nachtelijk uur waarop niemand op de stoep liep. Een stofwolk bleef enkele dagen hangen en hechtte zich aan de kleren van de nieuwsgierigen die kwamen kijken en bakstenen kwamen halen uit de puinhoop van steunbalken, hout en tegels. Het woonhuis ernaast ondervond niet al te veel schade en de bewoners behaalden zelf een voordeel uit de instorting, aangezien ze nieuwe ramen konden maken in de vrijgevallen muur. Een jaar later wordt de plek, waar een gebouw van twee hoog had gestaan, door de hele buurt als vuilstortplaats gebruikt en voorbijgangers urineren in hoeken en gaten tussen de afgebrokkelde muren.
De bewoners namen hun intrek in een opvangplek met de naam Venus, een paar blokken van het treinstation af, in de hoop dat hun verblijf tussen de afscheidingen van karton en opgehangen dekens van korte duur zou zijn. Ze zitten nu echter al meer dan 20 maanden in de vochtige hokken vol met stapelbedden. Hun kinderen zijn daar opgegroeid, verliefd geworden en hebben zich voortgeplant, terwijl ze een badkamer en een keuken met zwartgeblakerde muren moeten delen.
In het begin dacht men nog dat ze naar een betere plek zouden worden verplaatst, maar de orkanen en het verval hebben het woonaanbod verslechterd en de lijst met getroffenen groeit elk jaar met duizenden personen. Na verloop van tijd zijn ze vergeten hoe het voelt om je eigen voordeur te openen, om naakt rond te lopen in je kamer zonder te denken aan tientallen indiscrete blikken, om te douchen zonder dat iemand wanhopig op de deur bonst. Ze vergaten hoe het leven is buiten een noodopvang.
No Comments »

Vanaf de muren van de Malecon boulevard valt niet veel te zien. Een blauwe vlakte die zich af en toe roert en haar schuimende golven beukt over de avenue die haar tegenhoudt. Er zijn geen zeilboten te zien en zelf nauwelijks een paar opgelapte schepen die varen met toestemming van de havenmeester. In de zomer storten jongeren zich in de warme wateren, maar ’s winters blijft men uit de buurt uit angst voor een nat pak en de koude wind. Een schip vaart ieder nacht de route van oost naar west; een schaduw aan de horizon die in de gaten houdt of er geen vlotten koers zetten richting Florida.
Dit zijn de maanden van het jaar waarin de kustweg haar kookpunt bereikt. Maar alles gebeurt tussen het rif en de straat, niemand peinst er over om deze dynamiek uit te breiden tot de wijde zoute extensie aan de andere kant. Wanneer zijn we met onze rug naar de zee gaan leven? Op welk moment behoorde dit deel van het ons land niet meer aan ons toe? Vis eten, een zeiltochtje maken, de gebouwen bekijken in de cadans van de golven, genieten van de blauwe contrasten langs de eerste richel. Denkbeeldige activiteiten in een stad aan de zee, stekende waanbeelden in een eiland dat in het niets lijkt te drijven in plaats van in de Caribische Zee.
Ik koester de illusie dat het op een dag niet meer nodig zal zijn om een buitenlands paspoort te laten zien als je een boot huurt, al was het maar een sloep met roeispanen. Zeilboten zullen hun plaats weer innemen in deze baai, ze zullen ons er aan helpen herinneren dat we in een maritiem Havanna wonen, geboren tussen het geschreeuw van kapers en de drukte van de haven. Op onze borden zal zeebrasem liggen en niet meerval of zeelt en vanaf de muren van de Malecon – met de benen bungelend richting het rif – groeten wij een flottielje van boten die vertrekt of terugkeert naar El Morro*.
Voetnoot van de vertalers:
* El Morro: fort uit 1589 dat de ingang van de haven van Havanna bewaakt.
No Comments »

Het bericht van de terugkeer van Fidel Castro naar het openbare leven, na een afwezigheid van vier jaar, heeft fantasieën en onrust gewekt, vooral omdat zijn onverwachte opduiken precies samenvalt met het moment dat men wanhopiger dan ooit wacht op hervormingen van zijn broer Raúl, aan wie hij sinds juli 2006 alle taken heeft overgedragen.
Het weer verschijnen van beroemde personen komt regelmatig voor, zowel in het echte leven als in fictie, of het nu gaat om Don Quijote of Casanova, King Kong, Elvis Presley of Juan Domingo Perón. Een terugkerend verschijnsel is ook de desillusie bij het vaststellen dat alle dingen die zijn verdwenen, zoals de zwaluwen van Bécquer, niet terugkeren zoals wij ze herinnerden. Fidel Castro is geen uitzondering op dit gebrek van elke “remake”, de mate van wanhoop die men ontwaart in iedereen die zo nodig een comeback moet maken.
De mompelende bejaarde met trillende handen lijkt in de verste verte niet op die robuuste militair met het Griekse profiel, die, op de het plein waar zijn naam door een miljoen stemmen werd gescandeerd, wetten uitvaardigde waarover niemand was geconsulteerd, gratie schonk of executies aankondigde en verordonneerde dat revolutionairen het recht hebben op revolutie. Er is nog maar weinig over van de man die urenlang de televisie-uitzendingen domineerde en een heel volk in spanning hield vanaf de andere kant van het scherm.
De grote improvisator van weleer treedt nu op in kleine theaterzaaltjes, waar hij aan een gehoor van jongelui een samenvatting van zijn reeds gepubliceerde columns voorleest en in plaats van angst in te boezemen, die vroeger de dappersten deed trillen, wekt hij nu in het gunstigste geval een zachtmoedig medelijden op. Een jonge journaliste stelt hem een goedbedoelde vraag en geeft openlijk uiting aan haar wens: “Mag ik u een kus geven?”. Wat is er overgebleven van die gapende kloof die jarenlang door geen enkele hoogmoedigheid kon worden gedicht?
Een veelbetekenend signaal dat de terugkeer van Fidel Castro naar de microfoons niet goed is gevallen, is dat zelfs zijn eigen broer, bij zijn meest recente toespraak in het parlement, geen aandacht wilde geven aan de sombere voorspellingen van de voormalige leider over de onvermijdbaarheid van een militair conflict met als inzet Noord-Korea of Iran dat zal uitmonden in een nucleaire armageddon. Veel analisten wijzen erop dat El Máximo Líder zich nog nauwelijks bekommert om de ontelbare binnenlandse problemen en zich beperkt tot het signaleren van fouten in het buitenland, zoals klimaatverandering, de uitputting van het kapitalisme als systeem of eerder genoemde oorlogsvoorspellingen. Anderen zien in zijn klaarblijkelijke onverschilligheid met betrekking tot het welzijn van het Cubaanse volk een bedekt teken van ontevredenheid. Het maakt niet uit of Caesar erover zwijgt, zolang hij niet applaudisseert, gaat er iets mis. Het is ondenkbaar dat hij niet op de hoogte is van de roep om veranderingen die tegenwoordig de Cubaanse politiek verslindt en het zou naïef zijn om te denken dat hij dit goedkeurt. Na zoveel jaren afhankelijk geweest te zijn van zijn handgebaren, van het optrekken van zijn wenkbrauw of van een beweging van zijn oor, vinden de aanhangers van Fidel hem nu onvoorspelbaar en vrezen het ergste als hij het in zijn hoofd haalt om voor het oog van de camera tegen de hervormingsgezinden in te gaan.
Het is misschien daarom dat het ongeduldige ras van nieuwe wolven niet de toorn van de bijna 84-jarige commandant wilt opwekken. Zij, die vanuit de machtskringen doen alsof ze de meest radicale hervormingen voorstaan, wachten in spanning op zijn volgende terugval. Anderen, die zich echt bekommeren om het voortbestaan van het socialistisch proces, maken zich zorgen om het gevaar van het duidelijke verval de mythe die gedurende 50 jaar de personificatie was van de Cubaanse Revolutie. Waarom blijft hij niet thuis en laat hij ons niet ons werk doen?, denken sommigen, zonder dit zelfs maar te durven fluisteren.
Wij waren hem al gaan beschouwen als een ding uit het verleden, wat bijna een nobele vorm van vergeten was; veel mensen waren bereid om hem zijn fouten en mislukkingen te vergeven, om hem op een grijs voetstuk van de twintigste eeuw te plaatsen, met zijn gezicht – waargegeven op zijn beste moment – naast die andere illustere doden. Maar opeens is hij er weer, toont ons onverbloemd zijn gebreken en kondigt het einde van de wereld aan, alsof hij ons wil doen geloven dat het leven zonder hem zonder betekenis is.
De afgelopen weken heeft hij, die ooit met Nummer Een, de Opperbevelhebber, het Paard of simpelweg met het persoonlijk voornaamwoord Hij werd bedoeld, zich aan ons getoond zonder zijn vroegere imponerende charisma om ons te bevestigen dat die ene Fidel Castro – gelukkig – niet meer zal terugkeren.
Artikel oorspronkelijk gepubliceerd in The Washington Post.
No Comments »

Eindelijk zit ik in een stoel van een hotellobby, ik open mijn laptop en kijk om me heen. Als de bewaker mij ontwaart, mompelt hij een kort “Ze is er” in de microfoon die aan zijn revers hangt. Daarna verschijnen er een paar toeristen, terwijl mijn wijsvinger vliegensvlug de muis bedient om zo optimaal gebruik te maken van de paar minuten internettoegang. Het is de eerste keer in tien dagen dat het mij lukt om in te loggen op het wereldwijde netwerk. Een lijst met proxy’s helpt me bij het bezoeken van afgesloten pagina’s en het portaal van Generación Y zal ik bekijken via een anonieme server, brug naar alle verboden websites. In de afgelopen drie jaar ben ik specialist geworden in langzame, waardeloze en gecontroleerde internetverbindingen van internetcafés. Op de tast hou ik mij blog bij, verstuur tweets waarop ik de reacties niet kan lezen en beheer een bijna ingestorte e-mailaccount.
Na het nemen van alle hindernissen om toegang te krijgen tot het internet, merken wij Cubanen dat de censuur ons van twee kanten probeert te grijpen. Aan de ene kant is er het gebrek aan politieke wil van onze regering om op dit eiland massale toegang tot het internet toe te staan. Dit is te merken aan de gefilterde blogs en portals en de absurd hoge prijzen voor een uurtje surfen op het web. Aan de andere kant – even pijnlijk – worden bepaalde diensten niet beschikbaar gesteld aan de inwoners van dit land, gerechtvaardigd door een verwijzing naar de anachronistische blokkade. Alleen naïevelingen geloven dat het aan de Cubanen onthouden van websites als Jaiku, Google Gears of Appstore enig effect zal hebben op de autoriteiten van mijn land. Zij die ons regeren hebben thuis schotelantennes, breedband, volledige internettoegang, iPhones vol met applicaties, terwijl wij – de burgers – struikelen over beeldschermen met de mededeling “Deze dienst is niet beschikbaar in uw land”.
Net als we de interne restricties weten te omzeilen, zullen we ook door het gesloten hekwerk sluipen van hen die ons van buitenaf uitsluiten. Voor elk slot dat zij installeren, bestaat een trucje om deze open te krijgen. Toch blijft het me frustreren dat ik, na het afschudden van de geheime dienst onder mijn flat, na het betalen van een derde van een maandloon voor een uurtje internetten, na het ondergaan van de hatelijke blikken van de hotelbewaking, na het vaststellen dat Revolico, Cubaencuentro, Cubanet en DesdeCuba zich nog altijd in de lange nacht van de gecensureerde websites bevinden, ik een internetadres intik – alsof het een toverspreuk van opluchting is – en, in plaats van te openen, er een muur verschijnt die door de andere kant is opgetrokken.
No Comments »

Overgenomen van: http://www.theclinic.cl/
Het is een week geleden dat Max Marambio, alias El Guatón (de Bierbuik), moest verschijnen op dit eiland, om een verklaring af te leggen voor een tribunaal, om uitleg te geven over bepaalde zaken. De CEO van de joint venture Río Zaza gaf echter de voorkeur aan de bescherming van zijn Chileense vaderland, aangezien hij als geen ander bekend is met de onvoorspelbare resultaten als men in handen van de Cubaanse justitie valt. Beschuldigd van omkoping, malversaties, het vervalsen van bancaire documenten en fraude, ontving de vroegere jongste protegé van de Máximo Líder een arrestatiebevel, in plaats van schouderklopjes.
Ik mis Marambio zonder hem zelfs te kennen, want met zijn vertrek is het aantal families dat een glas melk kan drinken abrupt gereduceerd. De zwarte markt die zich voedde met de voorraden van zijn warenhuizen stortte in elkaar zodra hij zijn hielen had gelicht en de ondergrondse netwerken die zijn producten verspreidden zijn opgedroogd of hebben de prijzen verdubbeld. Toen de zakenman, een voormalige luitenant-kolonel, vluchtte naar Santiago de Chile, beseften wij ons welke rol die man – gevormd tot rechterhand van de macht – speelde op onze tafels. Het is duidelijk dat hij dat niet deed uit altruïsme, maar hij diversifieerde ten minste de saaie locale productie en zorgde ervoor dat een tetrapak niet langer een collector’s item was.
Het fortuin van Marambio werd vergaard, daar waar Cubanen nog geen stuiver kunnen investeren; in de joint ventures die slechts openstaan voor houders van buitenlandse paspoorten en gesloten blijven voor autochtonen. Zijn persoonlijke geschiedenis was een voorproefje van wat we zullen gaan zien, een voorspelling van de wijze waarop militairen zich zullen omvormen tot mannen in pak, in ondernemers zonder ideologie. Ondanks zijn vaardigheid met de wapens van gisteren: een Kalashnikov, slogans, de Marxistische dogma’s, zullen we hem herinneren voor zijn andere strategieën: de bankrekeningen, het uitruilen van gunsten, de investeringen. Zijn wapenbroeders van weleer zullen geen clementie kennen bij zijn berechting voor het tribunaal, omdat El Guatón zich tot een commerciële concurrent ontwikkelde, om nog maar te zwijgen van de overvloed van – geheime – verhalen die hij over hen kent.
No Comments »

Mijn moeder wiebelt van de ene naar de andere kant. Ze steunt eerst op haar ene been, dan op haar andere, terwijl ik mijn dunne armpjes van een zevenjarige om haar heupen heb geslagen. Hoezo staat er een rij? Ik weet het niet, misschien is dit een bushalte, of staan we buiten een winkel waar etensborden te koop worden aangeboden of tegenover een apotheker om aspirines te kopen. Het is een lange rij in de zon en het lijkt of wij nooit aan de beurt zullen zijn.
Ze wuift zichzelf koele lucht toe. Ze blijft van links naar rechts wiebelen. Met deze beweging, leert mijn moeder mij, praktisch onbewust, de kunst van het wachten. De oefening in geduld teneinde om te gaan met de lange rijen die nog op me wachten.
No Comments »
|